Uitvaart
Sommige bloemen wil je niet loslaten

Na de uitvaart wordt het stil, en de bloemen zijn het laatste wat er tastbaar over is van die dag. Waarom loslaten zo moeilijk voelt, en wat je met een rouwstuk kunt doen zodat het blijft.
Na de uitvaart wordt het stil. De kaarten staan nog op de kast, de koffie is opgeruimd, en op tafel staan de bloemen. Zij zijn het laatste wat er tastbaar over is van die dag. Je loopt er langs, je ruikt eraan, je zet ze nog een keer in vers water.
En dan, na een week of twee, laten ze los. De blaadjes vallen. Je staat met een vaas boven de groenbak en je merkt dat het opnieuw zeer doet. Alsof je een tweede keer afscheid neemt, en deze keer helemaal alleen, op een gewone donderdagmiddag.
Dat je dat moeilijk vindt, is niet gek
Bloemen dragen bij een afscheid meer dan alleen kleur. Ze zijn uitgekozen. Vaak zijn het zijn favoriete kleuren, of de bloemen uit haar tuin, of precies dat ene soort dat bij hem hoorde. Mensen hebben ze gestuurd omdat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. In dat rouwstuk zit een heleboel liefde van een heleboel mensen.
Weggooien voelt daarom niet als opruimen. Het voelt als loslaten terwijl je daar nog helemaal niet klaar voor bent.
Bloemen die blijven
Daarom kiezen steeds meer mensen voor zijden bloemen bij een afscheid. Ze zien er prachtig uit tijdens de dienst, ze verkleuren niet in een warme aula, en ze zijn niet weg zodra de week voorbij is.
Na de uitvaart neem je ze gewoon mee naar huis. Niet als een vaas die je noodgedwongen leeghaalt, maar als iets dat mag blijven. Ze vragen geen water en geen verzorging, en dat is fijn in weken waarin je al genoeg te dragen hebt.
Een herinneringshoekje maken
Het hoeft niets groots te zijn. Een hoek van de dressoir, een plank, het nachtkastje, de vensterbank in de kamer waar je 's avonds zit.
Wat er vaak op staat:
- Een foto waarop hij lacht, niet de mooiste maar de meest herkenbare.
- De bloemen uit het rouwstuk, of een klein boeketje dat je daaruit hebt gehaald.
- Iets van hem of haar zelf: een bril, een horloge, een pen, een kaartje in dat handschrift.
- Een kaars die je aansteekt op dagen dat het nodig is.
- Het lint van het rouwstuk, met zijn naam erop.
Zo'n hoekje is geen altaar en het hoeft niet zwaar te zijn. Voor veel mensen is het juist prettig: er is één plek in huis waar je even naartoe kunt, zodat het gemis niet de hele kamer hoeft te vullen.
Uit één rouwstuk komen veel kleine herinneringen
Een groot stuk kun je na de uitvaart uit elkaar halen. Dat klinkt misschien raar, maar het is een van de mooiste dingen die je ermee kunt doen.
Maak er een klein boeketje van voor je eigen hoekje. Geef elk kind of kleinkind één bloem in een smal vaasje, zodat iedereen iets van diezelfde dag in huis heeft. Leg een enkele steel bij een foto. Neem er één mee naar het graf of de zee, in plaats van weer nieuwe.
Zo blijft het niet bij één dag, maar reist het mee.
Op de dagen die tellen
Er komt een sterfdag. Een verjaardag. Kerst. Op die dagen doet het goed om iets te kunnen doen met je handen: de bloemen even anders zetten, een kaars erbij, de foto rechtzetten.
En op alle andere dagen staan ze er gewoon. Je loopt er langs met de was in je armen en je denkt heel even aan hem. Dat is precies wat herinneren is.
Tot slot
Rouwen gaat niet over loslaten binnen een bepaalde tijd. Het gaat over een plek vinden voor iemand die er niet meer is, in een huis waar het leven doorgaat.
Bloemen die mogen blijven staan, helpen daarbij. Niet omdat ze het gemis wegnemen, maar omdat ze het gezelschap houden.
Heb je een vraag over dit onderwerp? Ik denk graag met je mee.


